Nederlandse taal

Vooral de beginperiode is voor de uitwisselingsstudenten zwaar omdat ze te maken krijgen met een taalbarrière. Ook al doen ze hun best, het duurt even voordat ze de taal machtig zijn. Het gastgezin speelt hierbij een belangrijke rol. In het begin (tussen aankomst en oriëntatie) is het logisch dat u en uw gastkind proberen in een gemeenschappelijke taal met elkaar te praten (veelal Engels). Uw student moet dan nog acclimatiseren en het is goed om hierbij te helpen door, indien mogelijk, een gemeenschappelijke taal te gebruiken. 

Twee tot drie maanden voor hun vertrek naar Nederland krijgen de studenten toegang tot de online taalcursus ‘de Delftse Methode’ (met uitzondering van de Duits-, Noors-, Zweeds- en Deenstalige studenten, voor hen is deze methode te makkelijk). Zij kunnen hiermee dus al gaan oefenen voor aankomst. Tijdens de oriëntatie krijgen de studenten een korte intensieve taalcursus.
YFU houdt gedurende het jaar de voortgang van de student bij en ze worden in november hierop getoetst. Tijdens deze dag krijgen ze een schrijf-, spreek- en luistertoets en hier worden ze op beoordeeld. Haalt de student de toets dan mag hij/zij mee naar Parijs voor het Mid Term Oriëntation Camp begin februari. 
Verder zijn er ook oefeningen die de studenten niet zelf kunnen controleren, maar waarvoor ze hulp nodig hebben van iemand anders. Het is van groot belang dat de student vanaf het begin pogingen doet om het geleerde thuis in praktijk te brengen. YFU adviseert om uw gastkind doordeweeks een half uur per dag te laten besteden aan het oefenen van de Nederlandse taal, en in het weekend een uur per dag.

Het succes van de taalontwikkeling van uw gastkind is in de eerste plaats afhankelijk van de hoeveelheid energie die de student erin steekt. Uw hulp geeft dus nooit de doorslag, maar is niettemin zeer belangrijk. Naast begeleiding bij de studie kunt u op een aantal andere manieren bijdragen aan vlotte verwerving van de taal. Zo is het van belang dat u thuis zoveel mogelijk Nederlands spreekt. Hierbij is duidelijke articulatie in combinatie met wat langzamer praten vaak erg belangrijk. Het is vooral voor de simpele dingen (een vraag om af te wassen, een uitnodiging te komen ontbijten) beter om alles drie keer in het Nederlands te zeggen dan om de makkelijke manier te kiezen en terug te vallen op het Engels. Uit ervaringen van YFU-returnees blijkt bijvoorbeeld dat jonge kinderen – die immers over het algemeen geen tweede taal spreken – in het begin de beste leraren zijn.

Na de oriëntatie is het beter om uw gastkind zoveel mogelijk in het Nederlands aan te spreken. Het is belangrijk dat alle gezinsleden, buren, vrienden, familie en klasgenoten dit doen. Het gehoor van de student moet zich namelijk geheel op de Nederlandse taal richten. Dit proces wordt verstoord als de student geregeld in een andere taal wordt aangesproken. Als de student niet in het Nederlands reageert, antwoord dan toch in het Nederlands. Neem er de tijd voor. Het kan een hele opgave zijn, maar voor de student - en uiteindelijk ook voor u - is het erg belangrijk dat hij of zij zo snel mogelijk de taal leert. Die communicatiemogelijkheid is erg belangrijk voor contact met vrienden, voor school en voor het echt leren kennen van gastland en cultuur.


Tips voor het oefenen van Nederlands:
Hieronder nog enkele tips om het voor u en de student makkelijker te maken:

  • De meeste studenten maken, naast de cursus die via YFU wordt aangeboden, gebruik van een online taalcursus. Een goed hulpmiddel voor de taalontwikkeling is bijvoorbeeld www.taalklas.nl en www.duolingo.com  Dit zijn websites waar uw gastkind bepaalde oefeningen en opdrachten kan doen om zijn/haar Nederlands te kunnen verbeteren. Op de website www.futurelearn.com kan een gratis 3-weekse online cursus Nederlands worden gevolgd.
  • Goede hulpmiddelen voor uw gastkind om de taal te leren zijn: praten met kleine kinderen, lezen van strip- en kinderboeken, kijken naar kinderprogramma's op de televisie, Nederlandstalige muziek of boodschappen gaan doen.
  • Mocht u merken dat het voor úw student wel erg moeilijk is om de taal op te pakken, las dan even een adempauze in. Maar alléén als u merkt dat uw gastkind het niet meer aan kan, niet als het om gemakzucht gaat. Op een gegeven moment kan het allemaal te veel worden en dan kan elke vorm van dwang demotiverend werken.
  • U kunt bijvoorbeeld helpen met het oefenen van de Nederlandse taal met behulp van de schoolboeken van uw gastkind. U kunt hieruit een pagina of een paragraaf selecteren en bepaalde Nederlandse woorden opschrijven, en vervolgens vertalen naar de moedertaal van uw gastkind. Deze kunt u dan overhoren.
  • Plak op alle mogelijke voorwerpen in het huis een briefje waar het Nederlandse woord voor het voorwerp op staat. Denk hierbij ook aan het lidwoord, zodat het onderscheid tussen 'de' en 'het' duidelijk wordt. Herhaling is kracht, dus hoe vaker de student de briefjes ziet, hoe groter de woordenschat wordt!


    TERUG